Esters Heem » Escharen terug in de tijd » Koning Lodewijk Napoleon

KOning Lodewijk Napoleon bezoekt Escharen


Portret van Koning Lodewijk Napoleon, Koning van Holland van 1806-1810.

Charels Howard Hodges, Rijksmuseum


In het archief van het Dorpsbestuur van Escharen van het jaar 1809 vonden we onderstaande aantekening. Het betreft een rekening van Meester timmerman Peter van Raay (stamvader van de huidige Van Raay's in Escharen). Naast reparaties aan het Broekhekkens en het Schoolhuis staat er ‘.. het maken der Bogen voor de komst des Konings..'.
Onze nieuwsgierigheid is gewekt. Reden om verder het archief in te duiken en andere dorpsrekeningen te gaan bekijken. Het jaartal 1809 verwijst naar Koning Lodewijk Napoleon. Zou deze vorst echt in Escharen geweest zijn?


Rekeningoverzicht 1809: Betaald aan den Meester Timmerman Peter van Raay voor het repareren des Broekhekkens als het Schoolhuis en het maken der Bogen voor de komst des Konings Zamen vier Gulden en tien Stuivers.


Voor het tijdsbeeld van 1809 eerst wat informatie over Koning Lodewijk Napoleon.

Lodewijk Napoleon Bonaparte (Luigi Napoleone Buonaparte, 1778- 1846) was de jongere broer van keizer Napoleon I en de vader van de latere Franse keizer Napoleon III.
In 1795 wordt de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden door Franse troepen veroverd. In 1806 wordt de Bataafse Republiek door de Franse Keizer Napoleon afgeschaft en vervangen door een Koninkrijk. Hij benoemde zijn broer Lodewijk tot Koning van het ‘Koninkrijk Holland’.
Lodewijk had hart voor het Nederlandse volk en probeerde de armoede en de problemen van zijn onderdanen te verlichten. De Koning was geliefd omdat hij dicht bij het volk stond. Het leverde hem de bijnaam “Lodewijk de Goede’ op.
De ambities van Lodewijk Napoleon waren groot. Hij wilde van Nederland een eenheid maken en vooral een goede koning voor zijn onderdanen zijn. Vanuit zijn verlichtingsideeën richtte hij een nationaal museum op, kwamen er bibliotheken en culturele instellingen. Allemaal om het gevoel van eenheid te bevorderen en het volk te verheffen. Zijn broer Napoleon was minder enthousiast. Hij zag Nederland meer als een wingebied en vond al die inspanning niet nodig. Uiteindelijk haalde de Keizer zijn broer Lodewijk in 1810 terug naar Frankrijk.

Voor meer informatie kunt u onderaan deze pagina een aflevering van de NTR bekijken: ‘De IJzeren Eeuw in de klas, Koning Lodewijk Napoleon’.


Reisverslag:

'Op den 10den April vertrok de Koning van Amsterdam naar Braband en Zeeland. Op den 13den kwam hij te Grave, hij bezigtigde die stad en het dorp Velp, en deed regt wedervaren aan de verzoeken en vorderingen van Ravestein, op den 14den reisde hij door Beers, Cuik en St. Agatha, en den 15den, 16den en 17den besteedde hij, om het geheele departement Braband tusschen de moeras de Peel, Helmondt, Eindhoven en Tilburg te doorreizen; hij won berigten in wegens den staat, waarin zich de streken bevonden, en wegens de mogelijke verbeteringen. Hij noodzaakte de administratie der domeinen, om de wegen te onderhouden en de kerken te doen herstellen, waartoe dezelve verpligt was en echter verzuimde te doen.  Hij wees fondsen aan tot het bouwen van Gereformeerde kerken. Hij stelde het ontwerp vast voor de verbetering der rivieren in Braband'.


Om zijn koninkrijk beter te leren kennen, bezocht Koning Lodewijk verschillende departementen in het land. Van 13 april tot 17 mei 1809 maakte hij een inspectiereis door Brabant en Zeeland.
De tocht werd per gele reiskoets, getrokken door zes paarden, gemaakt. Het reisgezelschap, veelal per paard, bestond uit zo'n 30 personen: ministers, staatssecretarissen, lijfartsen, hoge ambtenaren en kwartiermakers. Als lijfwacht reden er 60 huzaren mee. Hier in Brabant sloot de landdorst mr. P.E.A. de la Court bij het reisgezelschap aan. De reis voerde veelal over postwegen, zandwegen en modderpaden langs gehuchten, dorpen en steden.
De koning wilde tot in detail weten wat de problemen van de dorpen en steden waren. Journalist Hans van den Eeden dook in de geschiedenis en reconstrueerde deze tocht. Zijn boek ‘Leve de Koning! Lodewijk Napoleon op reis door Brabant en Zeeland’ geeft een gedetailleerd verslag. We hebben dit boek als bronnenboek gebruikt, maar helaas staat er niets over zijn bezoek aan Escharen in vermeld. Gelukkig hebben we verschillende rekeningen in het archief van het Dorpsbestuur gevonden zodat we zelf een beeld kunnen vormen van het Koninklijk bezoek in 1809 aan Escharen.


Koninkrijk Holland in 1806 met de Departementen Friesland, Groningen, Oost-Friesland, Jeverland, Drenthe, Overijssel, Gelderland, Utrecht, Amstelland, Maasland, Zeeland en  Brabant. Uit: Geschiedkundige Atlas van Nederland in Zestien Kaarten.


April 1809

Koning Lodewijk Napoleon begon zijn inspectiereis vanuit Amsterdam naar Paleis ’t Loo in Apeldoorn. De eerste plaats die hij op 13 april 1809 in Brabant bezocht was Grave. Na hier te hebben overnacht vervolgde de reis op 14 april naar Cuijk. Escharen was die dag de eerste doorkomstplaats van de Koning en zijn aanzienlijk gevolg. Zijn komst zorgde ook hier in Escharen al weken van tevoren voor een opgewonden sfeer. Onder het genot van bier en jenever, zoals verschillende rekeningen laten zien, werd er vergaderd over het ophanden zijnde koninklijk bezoek. Alles werd uit de kast gehaald om ons dorp mooi te presenteren.


1809: 2e van Grasmaand (april), Vergadering gehouden over het maken der Dijken voor de komst van Zijne Maj. den Koning.


Daar het niet alleen om een koninklijk bezoek ging maar het tevens een inspectiereis was, moest er nog wat werk verzet worden. De toestand van wegen, dijken en waterwegen werden door de meereizende  ambtenaren van de Koning grondig bekeken. In het archief van het Dorpsbestuur zien we dan ook verschillende rekeningen voor reparaties. Zo kreeg Godefridus Jans, 1 gulden en 18 stuivers voor geleverd hout voor reparatie aan de brug over de Slijkraam. De Escharense brug over de Raam kreeg een brugleuning.

Zoals u ziet op bovenstaande afbeelding werden ook de dijken in orde gemaakt. Dit zal zeker ook gegaan hebben over de Escharenschedijk, de Alendonksedijk en de Kerkdijk (tegenwoordige Raamdijk / Duisterstraatje / Zanddijk). De route die de Koning en zijn reisgezelschap vanuit Grave naar Escharen zal nemen. Het opknappen zal hier waarschijnlijk bestaan hebben om het karrenspoor op de dijken goed begaanbaar te maken: dus egaliseren en kuilen vullen.


Rekening uit 1810 waarin H. Geurts f 6,- vraagt voor leverde dennenboompjes in maart 1809.


Verder zal er veel vergaderd zijn over het versieren van het dorp. Langs de route is er in ieder geval gepeeld met dennenbomen. Herman Geurts leverde deze voor f 6,-. Voor dat bedrag moet dat gegaan zijn over een flink aantal boompjes. Het dennengroen werd ook gebruikt om de ereboog te versieren. Deze boog werd gemaakt door meester timmerman Peter van Raaij, wonende op boerderij Den Alendonk. In een andere rekening van Van Raaij lezen we dat er sprake is van ‘bogen’. Wellicht een ereboog in het dorp bij de schuurkerk, school en dorpspomp en twee andere bogen bij de gemeentegrens van Grave en Gassel?
Het groen maken van de bogen en deze versieren met bloemen, was de taak van de 'jonge dogters' uit het dorp. Hieronder zien we een rekening van herbergier Mathijs Poos. Op 6 april hebben ze in zijn herberg hieraan gewerkt. 's Morgens werd er jenever geschonken 's middags bier. Voor de lunch van 11 personen met koffie en boterhammen, bracht hij 2 gulden en 4 stuivers in rekening. Ook zorgde Poos voor spelden, garen en lint. Het is een grote klus geweest want ook op 7 en 8 april werd er nog aan de bogen gewerkt. Timmerman Van Raaij brengt later voor het plaatsen en optuigen van de bogen ook nog anderhalve dag arbeidsloon in rekening.


Rekening van Mathijs Poos, herbergier op de hoek Zanddijk/Beerschemaasweg.


Vrijdag 14 april was het eindelijk zover.

Heel Escharen is al vroeg op de been. De Esterse mensen staan in hun zondagse goed langs de route. Het weer is guur en nat. Er is zelfs natte sneeuw voorspeld. Peter van Raaij plaatst de vaan op de kerk. Aan de Dekens van het St. Anthonius Broederschap is gevraagd of de Broeders van het Gilde de Koning en zijn gevolg bij de gemeentegrens willen opwachten. Zij worden tevens verzocht om het gezelschap de hele doortocht met muziek te willen begeleiden. Waarschijnlijk zullen de muzikanten trommelaars geweest zijn. Via de Hampoort verlaat de Koning Grave. Hier op de gemeentegrens staan dus de Gildebroeders 's morgens de 14e april opgesteld.
In de herberg van Jan Linders (hoek Bourbonplein/Molenpad) wacht het ontvangstcomité en die drinken daar ondertussen een glaasje jenever. Onder hen zijn Schout Civiel, Roedolph Papegaay en de leden van het Dorpsbestuur (Godefriedus Jans, Herman Geurts, Bastiaan van de Wiegelaer, Jan Linders, P. Jacobs, H. Prinsen, Daniël Peeters en Jan van Haselberg).


Pastoor Berents zal zich niet in de herberg bevonden hebben maar zich bij de pastorie of de schuurkerk opgehouden hebben. Hier midden in het dorp staat de grote ereboog. De koster staat klaar om bij aankomst van de stoet de klokken te luiden.
Wellicht loopt de pastoor wat zenuwachtig rond want samen met de Schout heeft hij een 'request' voorbereid. Men wil bij de huidige schuurkerk een kerktoren bouwen.

In 1799 kwam de oude parochiekerk weliswaar weer in het bezit van de katholieken, maar het gebouw was inmiddels niet meer dan een ruïne. Sinds 1648 was er geen onderhoud meer gepleegd en de kerk had o.a. dienstgedaan als stal voor vee. De parochie bleef dus liever de schuurkerk gebruiken, al had die de jaren ervoor ook het nodige meegemaakt. 

Pastoor Henricus Michael Berents 1779-1813

In 1793 was het gebouw ingestort en in 1794 brandde het tot de grond toe af. De schuurkerk werd echter herbouwd. Het is dus logisch dat men in 1809 niet zat te wachten om de oude katholieke kerk, inmiddels een middeleeuwse bouwval, op te gaan knappen. De huidige schuurkerk voldeed prima. Pastoor Berents en de Schout wilden deze echter wel uitbreiden met een nieuw te bouwen kerktoren. Besloten werd Koning Lodewijk Napoleon te vragen om hier geld voor beschikbaar te stellen.
Aangezien de Koning hier in Escharen slechts op doorkomst was, heeft hij wellicht dit verzoek zittend in zijn koets aangehoord en er een notitie van gemaakt.


Schenking nieuwe kerktoren.

Lodewijk Napoleon toonde zich een gulle gever en pakte problemen voortvarend aan. Al op 24 april kreeg het Dorpsbestuur bericht dat het verzoek van pastoor Berents en de Schout Civiel werd ingewilligd. Escharen kreeg f 1200,- om een kerktoren te bouwen!

Transcriptie van bovenstaande akte: 

Rekening, bewijs en reliqua die bij deze aan het gemeente-bestuur ende finantiële gecommitteerdens van den dorpe Escharen, zijn doende, de schout civiel R. Papegaaij en de R. Cath. Pastor H.M. Berents, wegens zodanigen ontvang en uijtgave van penningen als dezelve in qualiteit van de directie gevoerd hebbende over den opbouw van den nieuwen toren te Escharen, hebben geadministreerd.

Ontvang

Ten gevolge eener favorable decisie des Konings van den 24sten van grasmaand (=april) 1809 nr 1, genomen op het request namens deze gemeente aan zijne Majesteit gepresenteerd, ontvangen eene somme van twaalf honderd guldens tot opbouw van den toren, zegge f 1200,-

Totalen ontvang bedraagd een duijzent twee honderd guldens, dico f 1200,-


De nieuwe kerktoren wordt gebouwd aan de voorgevel van de schuurkerk. Dit weten we omdat de rekeningen van de bouw zich nog in het archief van het BHIC bevinden. Deze vertellen ons dat men meteen in de zomer van 1809 is begonnen met bouwen. Het bedrag van f 1200,- bleek niet voldoende, uiteindelijk kostte de nieuwe toren: 1700 gulden-16 stuivers-5 penningen.

De toren was in eigendom van de Gemeente, want behalve voor het luiden van kerkdiensten, had de toren voor het dorp Escharen een belangrijke functie. Zo was het luiden van de klok een tijdsaanduiding voor de boeren op het land. De toren was in het landschap een oriëntatiepunt en diende ook als uitzichttoren. Bij brand in het dorp werd de klok geluid en moest men naar het kerkgebouw komen om mee te helpen de brand te gaan bestrijden. Als de 'Maas om was' en het vee binnen gehaald moest worden voor het opkomende water van de Beersche Maas, luidde men ook de kerkklokken.


juli 1809: Aan den mr. Metzelaar Antoon Willems voor het uitbreken der gevelmuur van de kerk, het graven der Fundamenten etc. volgens rekening en quitantie vijftien guldens en 4 stuijvers.

 

Aan den mr. koperslager G. Gijsbers, voor geleverde bol en haan, vijf en dertig gulden.



Rekening Gildebroeders

In het archief van 1809 vinden we ook een rekening die het Dorpsbestuur betaald heeft aan Daniël Peeters, een Deken van het Sint Anthonius Broederschap.
' rekening aan verteringen weegens de optrekking van met de gilde broeders van Sinte Antoonius met de komst van sijne Coninglijke Maiesteijd. Eerstelijk een ton bier, 7 guldens en 10 stuivers. Aan de mussekante betaald, 1 gulden en 10 stuivers. met het rond gaan om de gildebroeders te compare, 17 stuivers'.
Na afloop van het feestgebeuren hebben de gildebroeders er dus samen menig biertje op gedronken. 

 


Jammer dat er in het huidige Escharen geen tastbare herinneringen meer zijn aan het bezoek van Koning Lodewijk Napoleon op 14 april 1809. De dankzij zijn schenking gebouwde kerktoren heeft zo’n 50 jaar dienstgedaan, totdat in 1864 de huidige Lambertuskerk werd ingezegend. Dankzij alle bewaarde rekeningen weten we in elk geval met zekerheid te zeggen dat het bezoek heeft plaatsgevonden en het een feestelijke en belangrijke dag voor het dorp geweest moest zijn.


NTR:  ‘De IJzeren Eeuw in de klas, Koning Lodewijk Napoleon’.