Esters Heem » Bodemvondsten » Vondsten Den Alendonk

Vondsten op Den Alendonk


 

 

 

Gouden broche.

Bijgift gevonden in de grafkamer van een krijger.


In Escharen, op Den Alendonk, is in 1981-1982 en 1983 een grote nederzetting opgegraven die heeft gefunctioneerd tussen circa 700 en 1300 jaar. Hier werden 25 waterputten, 60 gebouwen waaronder boerderijen, schuren en werkplaatsen en een Merovingisch grafveld uit de tweede helft van de 7e eeuw gevonden. De graven waren rijk voorzien van bijgiften: aardewerk, ijzeren wapens, kralensnoeren en gouden sieraden. 
Het gebied Den Alendonk, ligt grofweg tussen de Raam en het Duisterstraatje. Op onderstaande foto uit 1981 is dit goed te zien.


Zicht op de opgraving vanaf de Escharense kerktoren. 


 

In 1977 werd in dit gebied (aan de andere zijde van het Duisterstraatje), zand afgegraven voor de bouw van het huidige Meester Gerritspark. Martien Koolen, amateurarcheoloog uit Grave, ontdekte tijdens de ontgronding dat De Alendonk rijk was aan vondsten uit de vroegere middeleeuwen. Na zijn ontdekking werd de zandwinning stop gezet. 


Rond 1980 had gemeente Grave echter weer belangstelling voor dit perceel. Er waren plannen om hier een nieuwe gezamenlijke begraafplaats aan te leggen voor Grave en Escharen. De eerdere vondsten maakten het wenselijk om het gebied eerst archeologisch te laten onderzoeken. De Rijksdienst voor oudheidkundig bodemonderzoek (R.O.B.) uit Amersfoort startte daarom in 1981 een grootschalige opgraving.

Het onderzoek stond onder leiding van de heer Pim Verwers (provinciaal archeoloog). De veld-werkleider was de heer Buisman. Samen met Martien Koolen leidde hij de gehele opgravingscyclus. Martien was als plaatselijke deskundige immers op de hoogte van eerdere vondsten hier in Escharen en directe omgeving. 
Koolen was dagelijks op het opgravingsterrein te vinden en heeft zijn werkzaamheden en bevindingen gedocumenteerd en veel vondsten gefotografeerd.

 

Een van de vele opgravingsputten met duidelijke sporen.


Uiteindelijk werd een terrein van 1.6 ha onderzocht. De opgraving leidde tot vele ontdekkingen. Zo werden enkele huisplattegronden en bijgebouwen aangetroffen uit de Romeinse tijd. Naast de Romeinse perioden werden er sporen aangetroffen van een kleine nederzetting uit de vroege middeleeuwen (Merovingisch en Karolingisch, 400-900 jaar na Chr.) Ook werden sporen aangetroffen van boerderijen en hooimijten uit de 12e/13e eeuw. De ‘boerderijen’ zijn dan bouwels van houten palen, wilgentenen en leem. Als de bodem uitgeput raakt, trekt men naar elders en wordt het woonhuis verplaatst.
In totaal werden er op Den Alendonk sporen gevonden van ca. 60 gebouwen, waaronder boerderijen, schuren en andere bijgebouwen. Ook werden er 29 hutkommen (werkplaatsjes) en 25 waterputten, gemaakt van uitgeholde eiken boomstammen, aangetroffen.
De gevonden scherven en aardewerk geven aan dat waarschijnlijk dit gebied voor het eerst in de loop van de 6e eeuw bewoond is geweest. Deze bewoning heeft waarschijnlijk tot de 13e eeuw geduurd en is nadien niet meer bewoond geweest.


Na het verder uitgraven van een spoor komt de echte waterput tevoorschijn, een uitgeholde boomstam.


Tekening van enkele vroeg Middeleeuwse vondsten: 1: één van de vele gevonden ijzerslakken. 2: ijzeren mes. 3: fibula of sierspeldje van brons. 4 en 5: slijpstenen. 6: fragment van een glazen ring of hanger.


Een boerennederzetting uit de vroege middeleeuwen (400-1000). Een dergelijke nederzetting werd ook hier op Den Alendonk opgegraven.


Aangetroffen sporen op het terrein die verwijzen naar boerderijen, hooimijten en hutkommen.

 

 

 

Reconstructie van een hutkom / werkplaats.


Naast al deze sporen werden ook een aantal begravingen van overleden personen aangetroffen. Deze graven waren gewoon tussen de boerderijen aangelegd. Dit in tegenstelling tot andere nederzettingen waar de doden begraven werden op een speciaal ingerichte begraafplaats. Was hiervoor in Escharen geen ruimte geweest? Was de nederzetting wellicht regelmatig omgeven door hoogwater van de Beersche Maas?


Twee begravingen vallen op door hun bijgiften.

Op de eerste plaats was dat het graf van een dame. Ze was bijgezet in een kist, in een grote houten grafkamer. Naast haar kist was een grote ruimte waarin bijgiften geplaatst konden worden. Deze ruimte was leeg, vermoedelijk zijn deze giften kort na haar begraven al geroofd.

 

Boven: de gouden hanger uit de kist van de vrouwelijke grafkamer.

 

rechts: De bronzen broche met gem en bladgoud.

Bij het leegroven heeft men niet aan haar kist durven komen, zodat daar nog enkele vondsten in werden gedaan. Zoals: een gouden hanger, een bronzen haarnaald en een bronzen broche met gem en uitgesleten driehoekjes ingelegd met bladgoud.

Deze rijke bijgiften wijzen op een vrouwelijk graf van een vrouw met aanzien.


Het tweede opvallende graf was het graf van een krijger. 

Zijn houten grafkamer heeft zich voordien bevonden onder een grafheuvel die omgeven was door een ingegraven greppel. Naast zijn houten kist in de houten grafkamer was een ruimte. Hierin bevonden zich nog de toenmalige bijgiften: een aardewerk pot, een (schild)knop, een zwaard, een lanspunt, een dolk en een bronzen riemgesp. Door de aanwezigheid van deze bijgiften werd het duidelijk dat de overledene een krijger moet zijn geweest.

 

Grafkamer met daaromheen de in een kring gegraven greppel.

 

Reconstructie van het krijgersgraf.

Op bovenstaande foto een brok 'roest' gevonden in de grafkamer. Op onderstaande foto de voorwerpen na reiniging en conservering. Een zwaard, een lanspunt en een bronzen riemgesp.
Vanwege de zanderige bodem(kalkvrij) werd van skeletresten nauwelijks iets teruggevonden.

 


Er werden op de opgraving meerdere begravingen aangetroffen. Ondanks waarschuwingen van Martien Koolen bleven deze een dag onbewaakt liggen. 's Nachts werd het terrein inderdaad bezocht door ‘schatzoekers’. ’s Morgens werden sporen van graafactiviteiten aangetroffen. Er lagen o.a. verspreid over het terrein glazen kralen die behoord moeten hebben tot een kralensnoer. Wat de buit verder is geweest is nooit te achterhalen. Niet alleen bodemvondsten zijn zo verdwenen maar daarmee ook fragmenten van het verhaal over geschiedenis van deze nederzetting.

 

Alle bodemvondsten zijn gecategoriseerd, in genummerde kisten ingepakt en meegenomen door het R.O.B. Martien Koolen heeft destijds geholpen om alles in te laden. Sindsdien heeft hij ze nooit meer gezien en ook niet kunnen achterhalen in welke depots de Escharense Alendonkse vondsten opgeslagen zijn geweest. Verschillende malen heeft hij hier navraag naar gedaan. Op zijn aanbod om alles tijdelijk naar Grave te brengen waarbij Stichting Graeft Voort zorg zou dragen dat alles schoon gemaakt, geordend en beschreven werd, is men nooit ingegaan. Gelukkig heeft Koolen de toentertijd gemaakte dia's nog. Het blijft onvoorstelbaar dat deze kostbare vondsten in een Rijksdepot kunnen zoekraken.


Martien Koolen en NN aan het werk in een afgravingsput.


Hieronder het Engelstalig wetenschappelijk artikel dat Dhr. Verwers van het ROB in 1996 geschreven heeft over de gevonden Merovingische grafvelden hier in Escharen. In opdracht van de Universiteit van Leuven.


Luchtopname van het afgravingsgebied, begin jaren tachtig.


Huize Den Alendonk

In de cirkel boerderij Den Alendonk in het gebied wat tot 1930 'De Kerkenhoek' heette. De Alendonk lag aan de Alendonksedijk die overliep in de huidige Zanddijk. Deze dijken waren een onderdeel van de vesting Menno van Coehoorn in Grave en moesten ook bescherming bieden tegen het water van de Beersche Maas. De naam 'Huize den Alendonk' komen we in het archief van het jaar 1560 al tegen. Het is altijd een grote belangrijke boerderij geweest waar o.a. de Schout Civiel zitting hield en ook een herberg was gevestigd. Sinds 1974 is deze boerderij ter hoogte van Zanddijk 1, gesloopt voor herbouw.

De naam -donk- verwijst naar een hoger gelegen gebied. (Wikipedia: In Noord-Brabant werd de naam Donk vooral gehecht aan een grote hoge zandkop of een plateaurand langs een beekdal. Omdat donken een hogere en drogere plek in een vaak drassige omgeving boden, waren ze aantrekkelijk voor de landbouw maar vooral als vestigingsplaats voor mensen.)