Kerkorgel



Er is weinig van de geschiedenis van dit orgel bekend. De windlade van het orgel is vrijwel identiek aan die in het orgel van de Salviuskapel te Limbricht. Ook vertoont het gelijkenis met het orgel in de St.-Trudokerk te Opitter (België). Daarom wordt het orgel nu toegeschreven aan de uit Kornelimünster afkomstige orgelmaker Johan Jacob Brammertz (1668-1729).

Waarschijnlijk is er bij de bouw van het instrument gebruik gemaakt van pijpwerk uit de 17de eeuw. Het orgel had oorspronkelijk een Onderpositief dat ooit is verwijderd. 

.

Het stond sinds 1803 in de parochiekerk van Reek en werd in 1829 verplaatst naar de schuurkerk van Escharen.

In 1834 voerde F.C. Smits herstelwerkzaamheden uit en negen jaar later kreeg het orgel twee nieuwe blaasbalgen. In 1864 werd het orgel overgeplaatst naar het huidige kerkgebouw. 

.

Het orgel bleef tot 1923 bij de orgelmakers Smits in onderhoud en het instrument bleef nagenoeg ongewijzigd.
In 1954 werd het orgel gerestaureerd door Vermeulen uit Weert.

Er werd o.a. een windmachine en een nieuw pedaalklavier geplaatst. Tevens verhuisde de klaviatuur van de achter- naar de voorzijde.


Toestand van het orgel voor de restauratie. Achterkant van het pijpwerk met kromhoorn en trompet. Geheel rechts het aanvullaadje.


De laatste restauratie van dit bijzondere instrument werd in 2002 uitgevoerd door Verschueren Orgelbouw onder advies van Jan Boogaarts en Rudi van Straten.

.

Om de klank van het orgel te verbeteren is het instrument wat naar voren geplaatst.

Plaatsing in de balustrade bleek te duur, maar de klaviatuur ging weer naar de achterzijde. De orgelkast is hersteld, geschilderd en verguld. Het pedaalklavier is vernieuwd. De windladen en de oude spaanbalg uit 1843 zijn gerestaureerd.

Het pijpwerk, grotendeels uit de 17de en 18de eeuw, is hersteld en aangevuld.


Ook de bij het orgel horende heiligenbeelden keren op het orgel terug: Caecilia (bovenop midden), Willibrordus (rechtsboven), Lucia (linksboven), Mozes (rechtsonder) en Aaron (linksonder), beelden die in de achttiende eeuw zijn gesneden door Petrus Verhoeven. Ze zijn alle vijf misschien een erfenis van de oorspronkelijke locatie.


Martinus Peeters


In een Minipers van 1989 vertelt Mantje van der Heijden (geb. 1910) het volgende:
" Toen ik 7 jaar was moest ik elke morgen (vanuit de Heesbergen) om half 8 te voet naar de kerk. De kom van Escharen stelde weinig voor, slechts 15 huizen en een kerk. In de kerk was toen nog elke morgen om 8 uur een zingende mis. Ik moest daar ook iedere ochtend zijn want ik was namelijk orgeltrapper.
De 'ouwe Sik' (Martien Peeters) bespeelde dagelijks het orgel tijdens die ochtendmis. Zonder mij had hij geen wind en kon hij niet spelen, dus ik moest zorgen dat ik op tijd was."


Graduale eerste helft 19e eeuw.

Het Graduale Romanum is het boek waarin de gregoriaanse gezangen staan. Het bevat alle veranderlijke en vaste misgezangen voor de verschillende tijden en feesten van het liturgische jaar.


voor-1.png
orgelna.png

Orgel voor en na de restauratie in 2002


Schermafbeelding2015-01-19om115655.png

Bovenstaande tekst is te lezen in de Canon van Grave


Schermafbeelding2015-01-19om120144.png

Schermafbeelding2015-01-19om132752.png

Werk aan de Kerk

 In 1995 werd een commissie in het leven geroepen om de restauratie van de St Lambertuskerk en het orgel te starten.

Deze restauratiecomissie stelde zich als doel om de restauratie financieel draaglijk te houden en kerk en orgel de monumentenstatus te geven. In 1999 werden kerk en orgel monument. Er kwam een Orgelstichting Lambertuskerk Escharen.Veel vrijwilligers leverden hand- en spandiensten. 

Al met al bracht de Escharense bevolking in die jaren ruim honderdduizend gulden bij elkaar.
Op 15 dec. 2002 wijdde bisschop Hurkmans het gerestaureerde orgel in.


Geluidsopname Brammertz-orgel, Lambertuskerk Escharen, dinsdag 15 jan. 2013


In katern 3 van 'Escharen terug in de Tijd' kunt u nog meer lezen over de geschiedenis van het kerkorgel.