Esters Heem » Escharen terug in de tijd » Zuiderwaterlinie

Escharen en de Zuiderwaterlinie


Beleg van Grave 1586, op een ets van Jean Baptiste Vrints (Nijmeeegs museum). In de rode cirkel het dorp Escharen 'Die scans van Eseren in de principale'.


Grave was de meest oostelijke vestingstad van De Zuiderwaterlinie. Dat maakt van Escharen het laatste dorp van deze linie. Grave wordt vanwege zijn strategische ligging zelfs wel de meest belegerde vesting van Brabant genoemdEscharen, dat in de vuurlinie van Grave lag, heeft dus heel veel oorlogsgeweld te verduren gehad. De hier aanwezige rivier de Raam speelde daarbij een belangrijke rol als het gaat om de inundatie van dit gebied. De Beersche Maas, die gezien werd als een onderdeel van de Zuiderwaterlinie, veroorzaakte hier in Escharen regelmatig overstromingen en veel wateroverlast.

Dat de bevolking van Escharen na elke belegering en overstroming steeds weer de kracht wist te vinden om hun leven weer op te bouwen, is bewonderenswaardig.

De Zuiderwaterlinie staat de laatste tijd weer volop in de belangstelling. Veelal verteld vanuit het gezichtspunt van de vestingsteden. Juist de gevolgen voor de dorpen in de nabijheid van zo’n stad zijn onderbelicht. Op deze pagina daarom een aantal wetenswaardigheden over Escharen in de Zuiderwaterlinie. 


Graafsche Raam in 't Esters Broek / Het Raamdal (2020 Waterschap Aa en Maas)


Informatie over de Zuiderwaterlinie

De Zuiderfrontier is een Nederlandse militaire verdedigingslinie uit de 17e en 18e eeuw. 
Menno van Coehoorn wordt gezien als het brein achter deze linie. Van Coehoorn maakte een plan om 11 Brabantse vestingsteden met elkaar te verbinden. De linie werd zo de langste aaneenschakeling van forten, vestingsteden en inundatiegebieden die Nederland ooit heeft gekend. De Zuiderfrontier moest de Noordelijke Nederlanden, de Hollandse steden, te beschermen tegen Spaanse en later Franse aanvallen.

Door het gebied tussen de vestingsteden 40 á 50 centimeter te laten overstromen (inunderen), kon vijandelijke infanterie er moeilijk manoeuvreren. Obstakels en greppels werden moeilijker zichtbaar en dekking zoeken op de grond kon de vijand zo niet meer. Het was te diep om doorheen te waden en te ondiep om te bevaren. Grote delen van de linie waren  gebaseerd op inundatie, vandaar dat de Zuiderfrontier ook wel de Zuiderwaterlinie wordt genoemd.

 

Menno van Coehoorn (1641-1704)


 De Zuiderwaterlinie in zijn historische context. 


Om te kunnen begrijpen wat zich hier in het dorp Escharen heeft afgespeeld moeten we iets meer weten over de vele belegeringen van vestingstad Grave. Escharen heeft veel te lijden gehad door al deze oorlogen. Het heeft de ontwikkeling van Escharen eeuwenlang negatief beïnvloed. Zozeer zelfs dat ons dorp er zonder de Zuiderwaterlinie er nu heel anders uitgezien zou hebben.

Hieronder een overzicht van de krijgshistorie van vesting Grave afkomstig van de website Bommeltje.nl.

 


Staatsbeleg in 1602

Prent van het Staats beleg van Grave o.l.v. Prins Maurits in 1602. (BHIC)

 

In 1602 kreeg Prins Maurits van de Staten Generaal de opdracht Grave te veroveren dat toen in Spaanse handen was. In de zomer van dat jaar verzamelde een troepenmacht van 24.000 man zich rondom de stad, onder het opperbevel van prins Maurits, met daarnaast twee legeraanvoerders: Maurits' 18-jarige halfbroer Frederik Hendrik en de Engelsman sir Francis Vere.

Om te voorkomen dat de stad hulp van buitenaf zou krijgen, legde Maurits een circumvallatielinie rondom de stad: op enkele kilometers afstand van de stad werden drie grote kwartieren (legerkampen) ingericht en verschillende schansen aangelegd, die onderling waren verbonden door wallen en grachten. In totaal werden zo’n vijftig verdedigings- of aanvalswerken rond de stad aangelegd, zowel aan de west- als oostzijde van de Maas.

Uit studie van 17e- en 19e-eeuws kaartmateriaal en historische teksten blijkt dat aan de huidige Busweg het kwartier van Frederik Hendrik moet hebben gelegen, “tusschen Esseren ende Velp aende duynen ende ’t Capelleken”, zoals Anthonis Duyk, hoofd van de Raad van State, het in zijn dagboek optekent. Het kamp lag langs de Hoge Raam en had een vermoedelijke oppervlakte van 500 bij 200 meter.

Binnen dit rechthoekig vlak, dat werd omsloten door wallen en greppels, lag een omvangrijk tentenkamp. Het kwartier werd aan de westzijde versterkt met “3 cleine redouten op de duynen gemaeckt”.
Lees hier meer over op de pagina: Restant cicumvallatielinie.

Op 18 juli 1602 begon de omsingeling van de stad Grave. De soldaten van Prins Maurits groeven zich in. Ze wilden de Spaanse bezetter via uithongering tot overgave dwingen. In de stad zaten ruim duizend soldaten. Na een beleg van 2 maanden gaven de Spanjaarden zich over. Zo kwam de stad in het Nederlandse kamp terecht. 

 

Beleg van Grave in 1602.

Tussen de vesting en de circumvallatielinie, wallen en schansen in ligt in de rode cirkel 'Esteren'.


Belegering van Grave in 1674.

Grave is in 1674 in Franse handen. Markies De Chamilly is de Franse opperbevelhebber. Het Staatse leger stuurt luitenant-generaal Von Rabenhaupt om Grave te ontzetten.

Hieronder leest u enkele fragmenten uit de tekst 'De belegering van de vesting Grave van 1674' van Drs. H. Douma.

.

De Franse opperbevelhebber De Chamilly ging de vestingwerken rondom Grave versterken. Hiervoor  werden boeren uit de wijde omgeving met kar en paard gedwongen om aan deze graafwerkzaamheden te werken. Ook moest er voldoende voedsel binnen de stadsmuren worden gebracht. Ook dit vlees en veevoer moesten de dorpsbesturen leveren.

Voor de belegering van Grave sloegen de troepen van het Staatse leger hun kampement op in Escharen bij de Vegetas. Dit leger moest natuurlijk ook eten, de levering van voedsel en veevoer ging dus door. Von Raubenhaupt liet een plan uitvoeren door rivier de Raam te gebruiken bij zijn aanval op de vesting. Hij liet door wel 5200 gravers een dijk aanleggen door de de Raam en het broekland (zie kaart hieronder). Hiermee kon hij de inundatie rondom Grave beïnvloeden, bracht hij stromend water in zijn circumvallatielinie en kon hij de watertoevoer naar de Graafse stadsgrachten stilleggen. Dit plan bleek te werken, het water in de stadsgrachten daalde dusdanig dat de watermolens binnen de stad stilvielen en ze geen koren meer konden malen.

Plan van Grave tijdens de belegering in 1674.

 

Carel Rabenhaupt (1602-1675)

Bovenstaand fragment en afbeelding zijn afkomstig uit een artikel van Majoor J.A.PH. Laguette uit Grave. Het hele verslag kunt u hieronder downloaden.

Beleg En Herovering Van Grave 1674
PDF – 4.5 MB 7 downloads

Beleg en herovering van Grave in 1674

J.A.PH. Laguette

Verschenen in Militaire Spectator, 1974.

 

Na bijna vier maanden belegering wordt op 28 oktober 1674 de vesting Grave door De Chamilly aan de Prins van Oranje overgegeven. De meeste gebouwen in de stad lagen in puin, de St. Elisabethkerk, het stadhuis en het Catharina Gasthuis waren zwaar beschadigd. Het kasteel van Grave kwam ook niet ongeschonden uit de strijd en was in dermate slechte staat dat het nadien nooit meer is hersteld. De boerenbevolking uit de dorpen tot in de wijde omgeving van Grave was door de verplichte leveringen en plunderingen in grote armoede vervallen.


Het kerkgebouw van Escharen

Zoals alle gebouwen in Escharen heeft ook de kerk regelmatig oorlogsschade opgelopen. De kerktoren diende o.a. als schuilplaats en uitkijkpost. 
Hierover lezen we in een artikel van Harm Douma. In het tijdschrift Merlet nr. 13 van het jaar 1977, schrijft hij een artikel: 'Het familiegraf van de Heer van Tongelaar in de ruïne van de Escharense dorpskerk omtrent 1702'. 
Landgoed Tongelaar was toentertijd gemeente Gassel maar 
parochie Escharen. De Heren van Tongelaar 'kerkten' dus in Escharen. Ze bezaten hier in de Lambertuskerk een familiegraf waar overledenen bijgezet werden. 
Hieronder een samenvatting van dit artikel.

Uitsnede kaart Verhees, 1795

Tijdens het beleg van Grave in 1674 werd de kerk van Escharen ernstig beschadigd. Het gebouw was sinds 1648 al in handen van de Gereformeerden. Door het ontbreken van protestanten in Escharen werd het niet voor erediensten gebruikt en was de toestand van het gebouw bedroevend. De Katholieken hadden inmiddels sinds 1672 een eigen schuurkerk.

Pater Columbanus schrijft in 1702 de bisschop van Roermond. Hij vraagt of het is toegestaan dat Hendrik Antoon van Berchem, heer van Tongelaar (van het jaar 1666 tot 1729 ), zijn familiegraf uit de dorpskerk van Escharen mag overbrengen naar de Katholieke parochiekerk van Boxmeer. De kerk van Escharen lag er treurig bij en het kerkhof was ontwijd. De schoolmeester, die tevens voorzanger was, had tegelijk met een stel koeien zijn intrek in de oude kerkruïne  genomen. Op de fundamenten had hij deels zijn huis en stalling gebouwd, in een ander stuk werd school gehouden. Ook fungeerde een deel van de kerk als herberg.
De heer Van Berchem werd dit te bar, want hij was een vroom katholiek. Zijn vrouw Agathe Clemencia Kieffel, had hij al in Boxmeer laten begraven en ook de zerk van het familiegraf was inmiddels uit de ruïne verwijderd. Nu wilde Heer van Tongelaar ook de beenderen van zijn voorouders uit de Escharense kerk halen en laten herbegraven in Boxmeer. Of dit daadwerkelijk gebeurd is, is ons niet bekend.


Uitsnede landkaart van 1746:  Polder van Gassel en Escharen


Rol van de Beersche Maas

Water is altijd een bepalende factor geweest voor de ontwikkeling van onze omgeving. Niet alleen de strijd tegen het water maar ook als middel in de strijd.

De Beerse Maas werd als een nuttige militaire inundatie beschouwd van Grave tot ’s Hertogenbosch. 
Het gewest Gelderland had een belangrijke stem in de regeling van de waterstaatstoestanden in Noordoostelijk Brabant. Het goed functioneren van de Beerse overlaten ontlastte namelijk de Gelderse Maasdijken. De Beersche Maas is in feite door de zeven provinciën opgelegd aan het “arme” Generaliteitsland Brabant ten gunste van die zeven, maar vooral Gelderland.

 

De Beersche Maas kon dan wel nuttig zijn om militaire reden maar hij was voor Escharen vooral een bron van problemen. De herhaaldelijk voorkomende overstromingen maakte dat de landerijen lang onbruikbaar waren met als gevolg slechte oogsten en dus armoede voor de boeren. Doordat het zure bruine Peelwater uit de Raam zich hier in Escharen mengde met het Maaswater was dat ook nog eens slecht voor de bodemkwaliteit.
Het leven in het dorp raakte door de komst van de Beersche Maas telkens weer totaal ontwricht. Dit gebeurde soms wel enkele keren per jaar. 
Lees hierover meer op onze pagina Beersche Maas.

 

Door de onvoorspelbaarheid van de werking van de Beersche Maas, was de traverse een gebied die bij belegeringen gemeden werd. Als de 'Maas om was' stroomde er snel veel water het gebied in. Reden om hier geen tentenkampen op te slaan. De grond was trouwens altijd drassig en daardoor moeilijker begaanbaar. Het gebied werd echter wel ingezet om rondom de vesting als inundatievlak te dienen. Ook al lukte het om met behulp van sluizen er slechts centimeters Maas- en Raamwater in te brengen, dan nog was dat genoeg om de belegeraars te weren. Ingraven kon de vijand dan niet want de loopgraven liepen vol. Daarbij stonden er in het stroomgebied van de Beersche Maas geen huizen, schuren, bomen of struikgewas. Men kon er dus moeilijk dekking vinden.

 

Overlap van de inundatievlakken van de Zuiderwaterlinie in blauw met de kaart van de Beerse Overlaat in 1876. (Bron: www.rvo.nl, bewerking door SMV, 2016)

 

Peilmerksteen 'H' van de Beersche Maas.

Nu nog aanwezig in de dijk van de Polder van Gassel en Escharen, achter boerderij Den Heihoek aan de Rotscheweg. In dezelfde dijk ligt bij de Broekse Wielen peilmerksteen 'J'.


Rekening Dorpsbestuur 1793

In het archief van het BHIC, in de map Dorpsbestuur Escharen 1793, zit een rekening voor levering van 2078 bossen strooi aan 'de troepen van den Staat' in vesting Grave. Elk dorp in de omgeving had een verplichte hoeveelheid strooi te leveren. Hier in Escharen verzorgde Danïel Peeters 'Aannemer van de Strooij leverantie deeses Dorps quota' in het jaar 1793 daarvoor.
Danïel Peeters woonde op een boerderij hier in de kom van het dorp die bekend stond als Hoeve De Prins. 
Zou deze naam een verwijzing kunnen zijn naar dit soort werkzaamheden van de eigenaar?

Dorpsbestuur Escharen, 1793, BHIC.


Dorp Escharen in 1794

In oktober 1794 staat het dan oprukkende Franse leger weer voor de vesting van Grave. Voor deze belegering van Grave, dan in handen van het Staatse leger, brengen ze 6000 manschappen mee. Escharen beleefde hierdoor zware tijden. De Esterse bevolking moest inkwartiering van de Franse troepen toestaan en toezien dat al hun voedsel en veel goederen, zoals karren, paarden, hooi en strooi werden gevorderd. Er was inmiddels zo’n groot voedsel tekort in deze omgeving dat zelfs de Franse soldaten om die reden deserteerden. Alle huizen en gebouwen in Escharen werden tijdens de strijd door brand of plundering zo beschadigd dat bewoning nauwelijks nog mogelijk was.

Voor de bevolking was landbouw het belangrijkste middel van bestaan. Door de oorlogshandelingen was het bouw- en weiland echter niet bewerkt of ingezaaid. Het vee was in beslag genomen dus waar men eerst zelfvoorzienend was qua voedsel was dit nu onmogelijk. Ook de wintervoorraad was in beslag genomen en het komend seizoen was er niets te oogsten. Daarbij werd het in 1794-1795 een hele strenge winter.

Zie ook: Oorlogsschade 1794.


Schadelijst van het Dorpsbestuur Escharen in het Archief van het BHIC.


De Schout  en Schepenen van Escharen schrijven in 1795 dan ook niet alleen een schadelijst maar ook begeleidende brief:

Dese voorgemelde schade hebbe onse gemeente in de uijtersten armoede gedompelt, en zelfs zoo dat de meeste onser inwoonderen ten lasten hunner familien dewelke in andere dorpen woonen, aldaer voor haare arme beroofde vrouwe, kinderen, en day weijnige vee, dat haer nog is overgebleven moete onderhoud zoeken, en dit alles, is alleen nog niet genoeg om te zeggen, wij zijn totael geruineerd: maar het besaaijen onser landrijen dat nu niet meer kan zijn, brengt ons niet alleen voor dit jaer, maar nog voor een reeks van jaeren buiten 't genot van die inkomste, welke onze inwoondere geheel en al niet missen kunnen.

Ook in de geschiedschrijving van Kasteel Tongelaar wordt melding gemaakt ‘van het arme dorpje Escharen, met nog nauwelijks 400 inwoners, dat door de oorlog was gekomen tot extremiteit en desolatie, doordat de gegoeden er zich kwalijk konden ophouden wegens de vijanden en dat het door de rebellen zo geplunderd, beschadigd en vernield was’


Plaatselijke Ligging en Verdediging der Vesting Grave.

In 1910 verscheen in de Graafsche Courant de artikelenreeks: ‘Geschiedkundige Memorie over de Plaatselijke Ligging en Verdediging der Vesting Grave’. In 1850 hebben Majoor Engelberts en twee luitenants een verslag gemaakt over de situatie van Grave en omstreken tijdens het beleg van Grave in 1815.

Het dorp Escharen lag ingeklemd tussen de Maas, de Beersche Maas, de Raam en vestingstad Grave.

 

.

.

 

 

Uit deze 37-delige reeks hier enkele fragmenten die betrekking hebben over de rol van rivier de Raam en de Beersche Maas ten tijde van het beleg in 1815. 

Uit deze artikelenreeks blijkt duidelijk dat beiden een belangrijk onderdeel vormden van de Zuiderwaterlinie rondom  Grave.

 

 

 


1810: Gedane Leveranties aan de Franse Troepen.

Uit het archief van het Dorpsbestuur van 1810:

'Betaald voor gedane Leverantie ingevolge gedane Requisitie van den Heere Landdrost van Braband van den 7e van sprokkelmaand 1810 in het magazijn van Vines en Subsistentie* te Grave volgens overgelegde reçu te weten: een Runderbeest ad 400 ponden... etc.'

(* magazijn van Vines en Subsistentie - levensmiddelenmagazijn)


De blokkade van Grave in 1813-1814

Brug over de Raam

De Escharense brug over de Raam is vaak een strategisch punt geweest in de strijd om Grave. Over de rol van deze brug tijdens de Blokkade van Grave in 1813-1814 lezen we in onderstaande fragmenten uit een verslag hierover. De burgemeester van Reek heeft toentertijd veel op papier gezet.


Toen aan Napoleons rijk een einde was gekomen, moesten de Franse troepen zich terugtrekken uit Grave. Het Hollandse leger moest zorgen dat Grave overging naar koning Willem I. In het dorp Reek was hiervoor een groot kampement opgezet.

25 Februari 1814: De Millse burgemeester weigerde aan de door de Franse verplichte fourage en vee te leveren en is daarop als gijzelaar mee naar Grave genomen. De 25vertrekt een konvooi vanuit Mill naar Grave om de opgeëiste goederen alsnog te brengen. De Fransen staan klaar bij de Escharense brug om het konvooi op te wachten. Dat die inlossing bij de brug zal plaatsvinden komt het Hollandse leger te weten. Vanuit hun kampement in Reek trekken zij met de Landstorm van Reek ook naar Escharen. Bij de brug vindt een vuurgevecht plaats waarop de Fransen zich terugtrekken in de vesting. Lees verder in het verslag hiernaast.

‘ Behalve het dorp Reek werd ter bewaking van het hoge terrein tussen de Maas en de overstroomde landen langs de Raam, het dorp Gassel bezet. De tussengelegen wegen werden afgesloten.’ 

Om de verbinding tussen Gassel en Reek te verbeteren werden er op de Vogelshoek twee bruggen over de Raam aangelegd. De enige overgang van de Raam, de brug in het dorp, leverde te vaak strijd op met de Fransen.


Udensche Courant 


De Peel-Raamstelling in het Raamdal.

Ook bij de bouw van de Peel-Raamstelling in 1939 werd er nog rekening gehouden met het opkomende water van de Beersche Maas.

Rivier de Raam zwol door deze toestroom van Maaswater uit de Beerse Overlaat enorm aan en zorgde in Escharen voor overstromingen.

Hier in het Esters Broek, het huidige Raamdal, werden daarom de kazematten 8 t/m 23 op afstand van de Raam gebouwd zodat men van opkomend water geen last zou krijgen.

Waar de kazematten in de gehele Peel-Raamstelling direct aan het water liggen, staan ze in Escharen daarom tientallen meters van rivier de Raam vandaan.

Maar de belangrijkste reden hiervoor was dat men het stroomgebied van de Beersche Maas net zoals vroeger wilden inunderen. Hiervoor werd nabij de Raambrug in 1939 een gronddam aangelegd. Verderop richting Grave werd de sluis dichtgezet. Al snel kwam het gebied zoals vanouds onder water te staan.

 

Bovenstaande foto uit januari 1940 is genomen in het Raamdal. Op de achtergrond zie je nog vaag de kerktoren van Escharen.

 

De winter van 1939-1940 bracht zeer strenge vorst en veel sneeuw. Het was dus zaak om de Raam ijs-vrij te houden anders zou de inundatie geen nut hebben. Dit ijsvrij houden van de Raam was een dagtaak voor veel militairen. Veel oudere Escharenaren vertelden ons over de schaatspret van de schooljeugd destijds op de ondergelopen en bevroren weilanden langs de Raam.

Op 10 mei 1940 in de vroege ochtend werd de Raambrug opgeblazen om zodoende een mogelijke Duitse opmars via Escharen te vertragen of te stoppen. Helaas werd niet alleen de brug vernield maar ook de gronddam werd ernstig beschadigd met als gevolg dat het waterpeil langzaam zakte in het onder water gezette Broek.

Zie ook: Peel-Raamstelling.


Toponiemen:

Nog verschillende veldnamen en toponiemen verwijzen naar de Zuiderwaterlinie. Hieronder een opsomming daarvan:

De Paardshemel

Weiland de 'Paardshemel' in de volksmond 'de Perdshimmel', ligt aan de Vegetasscheweg en behoorde oorspronkelijk bij herberg/boerderij De Vegetas. 
Volgens overlevering zouden op dit perceel, tijdens de vele belegeringen van Grave, de gesneuvelde paarden zijn begraven. De contouren van dit weiland zijn heden ten dagen nog duidelijk zichtbaar.

 

Hierboven 'De Paardenhemel' in 1850 en hiernaast in een uitsnede uit 2020.

De Schans

Het gebied bij Circumvallatielinie aan de huidige Busweg kreeg in de volksmond de naam 'Schans'. De restanten in het landschap zullen hier na afloop van de Tachtigjarige oorlog nog lang duidelijk zichtbaar zijn geweest. 

Bewoners van dit gebied kregen dan ook deze veldnaam als toevoeging bij hun naam. In een schepenprotocol uit 1770 wordt gesproken over  de koper: Peeter Gielens van de Schans. Uit dit toponiem zal later waarschijnlijk de familienaam 'van der Schans' zijn ontstaan.

Niet alleen de bewoners uit het gebied 'de Schans' kregen die naam maar later volgde ook de boerderij met deze naam. Peeter Gielens van de Schans woonden op de boerderij aan de huidige Busweg 1. 

Busweg

De huidige Busweg, die loopt langs de restanten van de circumvallatielinie, loopt door het gebied wat vroeger De Bus genoemd werd. Wij hebben tot kortgeleden altijd aangenomen dat deze naam verwees naar ‘bos’. Nu komen we echter tot de conclusie dat ‘Bus’ hier ook kan verwijzen naar ‘bus’ afgeleid van ‘buskruit’. De ligging nabij de Schans en de linie die weer aansloot op de Mineursberg in Reek zou dat heel aannemelijk maken.

 

Frederiksoord

Een ander toponiem dat wellicht naar de circumvallatieline van 1602 verwijst is de naam ‘Fredriksoord’, een perceel bouwland sectie F nr. 51. Hier tegenover heeft een boerderij gestaan die ook deze naam droeg. Het ligt aan de Busweg en aan het gebied De Schans. Aangezien het kwartier, het tentenkamp, van Frederik Hendrik juist in deze directe omgeving gelegen heeft moet dit welhaast een verwijzing zijn naar het verblijf van Frederik Hendrik hier.

 

De Roode Haan

In het Estersveld, dus tussen Vesting Grave en Escharen in, ligt een gebied dat van oudsher ‘De Roode Haan’ genoemd werd. Het betrof enkele percelen weiland en bouwland. Volgens oude aktes hebben hier ooit twee boerderijen gestaan.
De herkomst van ‘Roode Haan’ vinden we in de uitdrukkingen: de roode haan laten kraaien, den rooden haan uitsteken of de roode haan op 't dak zetten. De betekenis van deze uitdrukkingen is: iets in brand steken. De ‘rode haan’ staat dus symbool voor brand. Deze veldnaam komt ook op andere plaatsen voor en deze hebben gemeen dat ze dichtbij een linie lagen waar veel strijd is gevoerd.
Het schootsveld rondom de vesting Grave moest immers overzichtelijk zijn. Boerderijen met schuren boden wellicht een schuilplaats en vormden een hinderlaag. Ze werden dus geplunderd en afgebrand.

 

Straatnamen

Verschillende straatnamen verwijzen nu nog naar het landschap ten tijde van de Beersche Maas en de Zuiderwaterlinie. De Hoogeweg, de Hondsdijk, de Graafschedijk, de Zanddijk, de Beerschemaasweg, de Busweg, de Lageheiweg en de Schansweg (Velp) zijn hier voorbeelden van.
In oude verkoopaktes en in schepenprotocollen zijn we er nog veel meer tegengekomen: de Geijsdijk, de Lage weg, de Alendonkschen dijk, de Zomerdijk, de Beerschemaasdijk, de Panhuizerdijk, de Maasdijk, de Banddijk, de Kerkdijk etc.

 


De Zanddijk

De betekenis/historie van de Zanddijk verdient op deze pagina over de Zuiderwaterlinie extra aandacht.

Kaart 1870, Topotijdreis.

De huidige Zanddijk is een restant van een keerdijk. Deze sloot aan op de Beersche Maasdijk van de Polder van Gassel en Escharen. De dijk diende het dorp Escharen te beschermen tegen het Beerschemaaswater. De Zanddijk was echter als liniedijk ook een onderdeel van vesting Menno van Coehoorn in Grave. Vanaf de vestingstad liep een rechte dijk naar De Alendonk/Duisterstraatje. Vanaf dit punt, vanaf de Zanddijk naar Grave, heette de dijk de Alendonksedijk of de Escharensedijk. 
In deze dijk zat ook een sluis zodat men het water in of uit kon laten. De dijk speelde bij de inundatie van dit gebied dus een belangrijke rol. Ten tijde van hoog water kon men over de dijk zonder natte voeten in Grave komen.
Verder diende de dijk ook als weg om snel van en naar Grave te gaan. We weten dat in 1814 de Fransen vanuit Grave hiervan veelvuldig gebruikt maakte om bij de Escharense brug de wacht te houden.

 

Daar de Zanddijk als onderdeel van vesting Grave werd gezien had het voorheen net zoals de Hampoort een monumentenstatus. Deze status zal waarschijnlijk de uitbreidingsplannen van Grave in de weg hebben gezeten. Wanneer precies de dijk van de monumentenlijst is gehaald, is ons nog niet duidelijk.

In 1952 werd de dijk  de Alendonksedijk / de Escharensedijk evenwel afgegraven. Hieronder een foto van deze werkzaamheden. De foto is gemaakt ter hoogte van de huidige Raamdijk nabij de Stoofbrug over de Graafse Raam. Reden voor het afgraven van deze dijk waren de bouwplannen van gemeente Grave op het Estersveld. Grave bezat tot 1942 geen grond buiten de vestingmuren, maar sinds de inlijving van Escharen bij hun gemeente, kreeg men ineens volop ruimte voor woningbouw.

 

In het huidige Estersveld is van deze oude dijk nauwelijks nog iets te zien. In het Duisterstraatje is nog wel een verhoging zichtbaar. Op de foto hierboven uit 1952, zien we rechts de afgegraven oude keerdijk, met op het einde de struiken van het Duisterstraatje en geheel rechts de Escharense molen aan de Zanddijk.

Zicht op Escharen vanuit 't Esters Broek (Raamdal) in de jaren zestig. De Zanddijk verkeerde toen nog in oorspronkelijke staat. Het hoogteverschil tussen de Raambrug en deze keerdijk is hier goed zichtbaar. Bij de boerderij van Frans Spanjers ging de Zanddijk over op de Beersche Maasdijk van de Polder van Gassel en Escharen, richting Vogelshoek.


Boerderijen

In het huidige landschap zien we in de bouwstijl van oude boerderijen, de angst voor overstroming terug. Ter bescherming tegen het jaarlijks opkomende water van de Beersche Maas, werden deze boerderijen op een verhoging gebouwd. Hieronder enkele voorbeelden daarvan.

Vogelshoek, Kievitsweg.

Middelrotscheweg 2.

Den Elsbosch, Rotscheweg 7.

Graafschedijk 73

Ook in de naamgeving van boerderijen zien we namen die verwijzen naar hun ligging ten opzichte van de traverse van de Beersche Maas. We denken dan aan 'Hoog Escharen', Den Alendonk, de Hooge Burcht, De Lage Hof, De Zwarte Wiel en de De Schaapsdijk.

Boerderijnamen die verwijzen naar de vele krijgshandelingen hier zijn bijvoorbeeld: De Schans, Villa Nova, Frederikshof, De Bus en waarschijnlijk ook Hoeve De Prins. 
 

Boerderij Hoog Escharen, Beersemaasweg 45.


De Raam in 2020.

(foto Waterschap Aa en Maas)

Door de periodieke overstromingen was het gebied van de Beerse Overlaat onbebouwd en ontbrak opgaande begroeiing geheel. De openheid van dit gebied en het ontbreken van bebouwing zien we op bovenstaande foto linksboven. Hier heeft het zijn open karakter behouden. Heel 't Esters Broek, het Raamdal, tot aan de Maurik toe, was een open vlakte waar geen boom of struikgewas mocht staan. De tegenwoordige begroeiing is, pas na het dichten van de Beersche Overlaat in 1941, aangeplant.
Rechts in het midden op de foto zien we nog een restant van de oude Beerse Maasdijk. Deze dijk was een onderdeel van de Polder van Gassel en Escharen.
Waterschap Aa en Maas werkt momenteel aan herontwikkeling van dit gebied met het project 'Verborgen Raamvallei'. Het stroomgebied van de Raam bestaat uit beken, plassen en vennen. Het gebied heeft veel functies: op gebied van water, natuur, landbouw, recreatie, landschap en cultuurhistorie. Waterschap Aa en Maas wil deze functies samenbrengen en het gebied beter toegankelijk maken.


Extra informatie

Door op bovenstaande afbeelding te klikken komt u op de website van de Zuiderwaterlinie terecht. Hier kunt u veel achtergrondinformatie vinden. Tevens tips voor uitstapjes om de Zuiderwaterlinie te beleven. Hieronder nog een korte impressie van de Stelling Grave-Ravenstein.

 


Inspirerend militair erfgoed is een uitgave van Stichting Behoud Monumenten / Monumentenhuis Brabant.

Zuiderwaterlinie in Noordoost-Brabant
PDF – 2.5 MB 6 downloads

Bezoekerscentrum Zuiderwaterlinie in Grave.

Tussen de koeien in, door het water lopen, in het oude stadhuis van Grave? Het kan in het allereerste bezoekerscentrum van de Zuiderwaterlinie. Dit mooie mini-museum, naast de vernieuwde Tourist Information, is gratis te bezoeken. Aan de hand van interactieve en informatieve elementen kun je er de Zuiderwaterlinie leren kennen en proef je de sfeer van de stelling Grave-Ravenstein.