Legende van de Zwarte Wiel


 

De Legende van De Zwarte Wiel

Weinigen weten het nog, maar over vijver De Zwarte Wiel, hoek Fazantenweg en Graafschedijk, bestaat een oude kerstlegende. Diny Peeters–van der Weem, die jarenlang woonde op de boerderij van Familie Blom, zette dit verhaal in 1986 op papier. Dankzij de uit Escharen afkomstige Thea Kuijpers vond het toen zijn weg naar het boekje Rondom de plattebuis, waar de legende sindsdien bewaard is gebleven. Het oude verhaal hebben we nu in een moderner jasje gestoken, zodat het ook vandaag de dag nog tot de verbeelding spreekt.

 

Lang geleden zamelden de parochianen van Escharen geld in voor een nieuwe kerkklok. Met Kerstmis zou deze voor het eerst de gelovigen naar de nachtmis roepen. Maar de klok werd te laat geleverd en kon met de middelen van toen, niet meer op tijd in de toren worden gehesen. Daarom werd ze voorlopig op een klokkenstoel naast de kerk geplaatst.

 

De pastoor wijdde de klok, en men besloot haar tijdens de nachtmis voor het eerst te luiden. De inwoners waren trots: ze hadden de klok zelf betaald, ieder met een offer uit zijn schaarse middelen. Bij de zegening, op de vierde zondag van Advent, had de pastoor het zo mooi verwoord: ze hadden niet alleen gegeven, maar geofferd. Daarom mocht iedereen trots zijn op ‘hun’ klok. En zolang de klok zou luiden, bij vreugde of verdriet, bij diensten of bijzondere gebeurtenissen, zou het geluid herinneren aan wat Escharen in eendracht had bereikt.
Aan het einde van de plechtigheid had de koster de klok even laten klinken. Later vertelden mensen dat het geluid tot twee kilometer ver te horen was. Zodra de klok eenmaal in de toren zou hangen, hoog boven het dorp, zou het nog verder dragen.

In diezelfde Kerstnacht vertrok een onverlaat vroeg van huis met het plan de kostbare klok te stelen. Straatverlichting bestond nog niet; alleen kaarslicht begeleidde de mensen op weg naar de nachtmis. In de duisternis tilde de dief de zware klok van de stellage en sleepte haar met moeite weg. Af en toe zag hij het flakkeren van een lantaarn van dorpsbewoners die naar de kerk liepen, en hij begon steeds harder te lopen.
De klok was loodzwaar. Hij durfde het voetpad niet te volgen en vluchtte met zijn buit over ’t Rot door velden en weilanden. Hij wist dat de klok om half twaalf voor het eerst zou luiden, en inderdaad precies op dat moment begon de klok op zijn rug te beieren.

Tot zijn ontzetting besefte hij dat hij de gewijde Kerstnacht schond. Maar de klok bleef luiden, en verblind door angst holde hij verder.

 

Bij een vroegere overstroming van de Beersche Maas was hier ooit een gat in de dijk geslagen en was er een diepe plas, een ‘wiel’ ontstaan. De dief meende, door het lawaai heen, ook nog stemmen en voetstappen te horen van mensen die zijn diefstal hadden ontdekt. In paniek rende hij door de duisternis, en zag de wiel niet. Hij stortte erin, zonk samen met de klok naar de diepte en verdronk.


De teleurstelling in Escharen was groot. De veldwachter vond sporen die tot aan de wiel liepen. Men dregde, maar vond niets. Men nam aan dat man én klok in de drassige bodem waren verdwenen.

 

De zomer daarop was uitzonderlijk droog, en het waterpeil van de wiel zakte tot een ongewoon laag niveau. Dorpsbewoners besloten opnieuw te zoeken en stuitten op een hard voorwerp. Algauw stonden tientallen sterke jongemannen in het water te graven. Toen ze de klok bijna vrij hadden, grepen drie van hen er met hun handen omheen en probeerden haar naar boven te trekken, aangemoedigd door een enthousiaste menigte op de oever.
Het leek te gaan lukken; het zweet gutste hen van het voorhoofd. Een van hen riep al triomfantelijk: “We hebben ’r bij de rand!” Maar op dat moment klonk er een donkere stem uit het water:


“Maar nog niet op de kant…”


Verstijfd van schrik lieten de mannen onmiddellijk los en vluchtten, samen met de omstanders, weg van de wiel. Voor hen was het duidelijk: dit was de stem van de duivel, van de Zwarte zelf.
Sindsdien noemt men deze plas De Zwarte Wiel.

 

En zo gaat het verhaal in Escharen verder: Wie in de Kerstnacht om twaalf uur aan de rand van de wiel gaat staan, kan diep uit het donkere water het luiden van de verdwenen kerkklok nog horen. Dus, Niek en Nadia (sinds september bewoners van Graafschedijk 79) ga in de Kerstnacht eens voorzichtig luisteren bij De Zwarte Wiel…

 

Haske van der Heijden, tot 1967 eigenaar van De Zwarte Wiel